Tuesday, 28 April 2009
Waarschuwing, lang enzo!
Geen plan blijkt een goed plan te zijn.
Anderhalve maand geleden zat ik nog in Christchurch, nu ben ik weer terug in Napier (noordeiland).
Ondertussen is er veel gebeurd, het zal ook is niet.
In Christchurch heeft Katrice een busje gekocht, en met dat busje zouden wij het zuideiland rond reizen, en een groot deel van het noord eiland.
Het busje was een een vriendin van haar waar ze lang mee heeft gereisd, maar zij ging naar Australië. In de week in Christchurch zijn we veel uitgegaan, lekker gegeten etc.
Op vrijdag de 13de van maart zijn we vertrokken richting het zuiden. De eerste nacht in het busje doorgebracht langs een snelweg omdat we niks beters konden vinden. De volgende ochtend richting Dunedin, een studenten stad, daar wouden we in de stad slapen om even het nachtleven mee te pakken. Maar geen hostel vrij, dus toen zijn we naar een mooi strand gereden, daar de auto in de duinen geparkeerd om te campen. ‘savonds het strand opgelopen om de yellow eyed penguins te spotten. We waren een beetje te laat, want het was al aardig donker, maar in de verte zagen we een zwart bolletje de duinen op rennen, met moeite. Dus besloten om nog een dag te blijven om toch maar een pinguïn te zien. De dag heerlijk doorgebracht op het strand, en toen het ging schemeren weer het strand opgelopen. Dit keer stond er een pinguïn midden op het strand, alsof ie de wacht aan het houden was.. rare beesten. Dit keer hebben we één pinguïn het water uitzien komen, maar dat was wel de moeite waard. Surfend op hun buik komen ze met de golven aangespoeld, om met moeite op te staan, verward rond te kijken en dan naar de duinen te waggelen.
De volgende op weg naar de Catlins, schijnt een van de mooiste plekken te zijn, maar ik heb er niet van kunnen genieten. Toen we het gebied binnen reden besloten we om naar Jackson bay te gaan om daar te slapen. Dat hebben we niet gehaald, het was een kronkelende gravel weg, en daar zijn we uit een bocht gegaan, om vervolgens anderhalve meter lager uit te komen, door een hek heengegaan en tegen een boom tot stilstand te komen.
Auw?
Nee niet echt eigenlijk, heel veel geluk gehad, niet omgerold en de boom precies in het midden van het busje te krijgen. Als het meer naar links was, waren mijn benen niet zo goed meer, meer naar recht dan had Katrice een probleem.
Uitgestapt, beetje verward rondgeken (zoals de pinguïns eigenlijk). Telefoon gepakt om iets of iemand te bellen, maar ja, de Catlins heeft een bevolking van haast niks, dus ook geen ontvangst… gelukkig kwam er een boer is z’n pick up truck de bocht rond gescheurd, mindstens twee keer zo snel als ons. Hij heeft ons naar garage gebracht waar de mensen bierdrinkend aantroffen, het was immers maandag avond en dan drink je bier toch?
Terug gegaan naar de auto, de boer heeft z’n tracktor er bijgehaald, ketting eraan en het busje weer omhoog getakeld.
De man van de garage zei alleen maar: “It’s Fucked”
Heel erg geruststellend ja.
Toen hebben we acht nachten doorgebracht in een dorp met een paar mensen.. Omdat we een besluit moesten nemen.
Uiteindelijk busje achtergelaten om met de backpacks te gaan liften.
De catlins overgeslagen, een lift gekregen naar Invercargill, de meest zuidelijke stad. Niet veel te beleven daar, dus doorgegaan naar Riverton. Daar nog de zee in gedoken (KOUD!!!!), ongeveer het dichts bij de zuidpool.
Te Anau was onze volgende bestemming, en natuurlijk ook gelift, en dat gaat heel makkelijk hier. Te Anau is een stad (dorp?) in de Fordlands, hoge bergen, diep meer, heel diep meer.. meer dan 420 meter diep. Vanuit daar gelift naar Milford Sound, dat is één snelweg, die eigenlijk doodloopt. Halverwege uitgestapt om een wandeling naar een berg te maken van drie uur. De mooiste uitzichten die je je kan voorstellen natuurlijk, in de wolken, met sneeuw op de bergen in de verte en een meer halverwege een berg. Bijna niet vast te leggen op camera, maar toch geprobeerd.
Van Te Anau een lift gekregen met een amerikaans meisje naar Queenstown. Queenstown is de extreme sports capital van NZ, en waarschijnlijk ook van de wereld. Je kan er letterlijk alles doen. Skydive, paragliden, mountainbiken, quadbiken, motorcross, jetboaten, en natuurlijk bungy jumpen. Want Queenstown is de plek waar de eerste commerciële bungy is.
Heb daar eerst gequadbiked (nieuw woord), zijn van die vierwiel aangedreven off-road motor dingen, snapt u? Zo niet kijk maar de foto’s.
Dat was twee uur lang racen door de middle of nowhere. In één woord geweldig!
De volgende ochtend vroeg op om van een 110 meter hoge cliff af te springen. Voor de lol? Ja.. Het heet de Canyonswing, is dus 110 meter hoog, een vrije val van 60 meter om vervolgens in een lange swing te gaan met 150km/h. Ben er achteruit van af gesprongen, gaat nogal tegen je natuur in, maar dat maakt het juist leuk. Het was zo leuk dat we besloten om het nog een keer te doen. De tweede keer was op z’n kop, dus je hangt gestrekt, head first. Dan maakt de begeleider een grapje of iets dergelijks, en dan val je weer naar beneden.
Die dag uit Queenstown vertrokken naar de Westkust, erg mooie route. Toen we in Haast aankwamen stond dat Amerikaanse meisje buiten een sigaretje te roken en bood ons een lift aan naar de Franz Jozef gletsjer. Er zijn twee gletsjers, ongeveer 25km van elkaar. Eerst gestopt bij de Fox Glacier. Het zijn de enige gletsjers in de wereld die uitkomen in een regenwoud, en dat is raar, maar mooi.
Van Franz Jozef kregen we een lift naar Greymouth, en vanaf daar nog eens 10 km verder naar niks. Vanuit daar werden we opgepikt door een ongelofelijk slecht uitziende auto, met daarin een grote (lees gespierde) kerel, een siamese kat en zijn zoontje van 4. Geweldige vent, zo trots op z’n land. Hij is een ex-pro bokser, vandaar de spieren. Halverwege gestopt bij de Pancake rocks, om het aan ons te laten, gewoonweg omdat het zo mooi is. Daarna heeft hij nog een biertje voor ons gekocht in een lokale duitste pizzeria, om eenmaal aan gekomen in Westport een rondleiding te geven door de stad, met de geschiedenis erbij. Dat was nog is een lift. Geweldig toch?
Inmiddels was het alweer 4 april, tijd om terug naar Blenheim te gaan omdat het geld meer dan op was. In Blenheim werk gevonden, maar niet veel, we waren een beetje te laat voor de oogst, in twee weken maar 25 uur gewerkt, waarvan 20 in de eerste week. Dus zaterdag de 18de naar Picton gegaan om zondag ochtend vroeg de veerpont te pakken naar het noordeiland. De laatste keer op de boot had ik zonsondergang, dit keer dus zonsopgang. Ontzettend mooi ook.
Die dag 400km gelift naar Turangi, daar Martha weer gezien voor het eerst sinds 3 maanden. De volgende dag vertrokken om werk te vinden in de Bay of Plenty. Maar de kiwi’s zijn nog niet helemaal rijp, dus na een dag werk zoeken weer vertrokken met de bestemming Napier. Daar warm ontvangen door Mannie, de eigenaar/manager. Daar zijn we nu sinds afgelopen woensdag. Heerlijk aan het niksen, beetje poker spelen, films kijken, maandag weer naar Cape kidappers gelopen, alleen nu waren de meeste Jan van Genten (die grote vogels) weg, naar Australië. Maar het was wel 25 graden en zonnig.
We zijn nu aan het wachten tot we werk krijgen, dan een beetje werken, nog reizen, surfen, etc. Katrice gaat naar huis op de 21ste, dan heb ik nog 3 weken om lekker rond te reizen voordat ik weer terugkom om Nederland onveilig te maken.
Friday, 8 May 2009
En dan heb je geen internet voor een week ofzo, dus dan maar eventjes verder schrijven om het nog wat langer te maken!
In Napier tot 3 mei gebleven, konden gewoon niet weggaan omdat niks doen zo leuk is.
De dagen daar doorgebracht met poker, drinken en tienduizend films.
Afgelopen zondagochtend besloten om te vertrekken omdat we een baan hadden gekregen. Die ochtend gaan liften, gelijk de eerste auto stopt en brengt ons een stukje verder. Was een oud busje, met een hippie uitziende muzikant erin. Geweldige vent, maakt muziek voor zn bestaan, woont op het zuideiland op één van de meest afgelegen plekken, aan het eind van een doodlopende snelweg. Hij was opweg naar Gisborne, de stad die de zon voor het eerst ziet op vastland. Telefoonnummers uitgewisseld omdat hij ons uit heeft genodigd om langs te komen, we kunnen daar slapen, surfen en van muziek genieten. Toen we uitstapten nog 3 biertjes mee gekregen, fijne mensen hier toch.
Die dag hebben we het gehaald tot Katikati, weliswaar de laatste lift in het donker moeten doen, maar het is wel gelukt.
De volgende dag konden we beginnen met kiwi’s plukken. Dat moet je hier kiwifruit noemen, anders praat je over de mensen haha. Het werk is te simpel voor woorden. Je hebt een grote buiktas, de kiwi’s hangen boven je hoofd, en je moet ze allemaal zo snel mogelijk plukken. Als je snel bent dan verdien je veel, tenminste, als je gang (als in Hells Angels, etc. Amerikaans uitspreken) snel is. Want je werkt in een groep.
Dat zijn we deze week dus aan doen, alleen zit het weer niet mee (heb je slecht weer in nieuw zeeland?!). Ja het regent hier nu hard, soms is het maar voor 5 minuten, daarna weer strakblauwe lucht, maar als het fruit nat is kan je het niet plukken omdat er zwarte vlekken op komen, en dat kopen mensen niet.
Haast al het fruit is voor export, voor jullie. Kiwi’s zouden nu goedkoop moeten zijn in europa, want het is seizoen. Hier kost een kilo ongeveer €0,40.
Verder gelden de zelfde plannen nog, even werken, dan reizen, dag zeggen en dan nog werken en reizen.
Als ik terugkom wil ik geen kiwi meer zien, eten of ruiken!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Hee Daan, geweldige verhalen! Wat een paradijs! Ik heb ook de foto's gezien. Jezus die bus. Maar liften klinkt eigenlijk veel leuker, al ben je natuurlijk wel afhankelijker. Anyway. Klinkt als een geweldig land met geweldige mensen. Succes met de laatste kiwi's :P
BeantwoordenVerwijderen